Majesteit 2013

De serie ‘Majesteit’ bestaat uit drie doeken van 100 x 160 cm. Zie de afbeeldingen onder aan deze tekst. Dit drieluik dat in zijn geheel 330 x 160 cm. meet, heb ik in het voorjaar van 2013 gemaakt ter gelegenheid van de tentoonstelling ‘Majesteit’ die naar aanleiding van de abdicatie van koningin Beatrix, werd gehouden in Pulchri Studio in Den Haag. Ik heb geen ‘gewoon portret’ van de Majesteit  willen maken. Dus van Beatrix die in de tentoonstelling centraal stond. Met drie grote tekeningen op doek, wilde ik gestalte geven aan de symboliek van het koningschap én tegelijkertijd op speelse wijze verwijzen naar een boek dat mij zeer dierbaar is: ‘Alice in Wonderland and Through the looking-glass’  met illustraties van John Tenniel. Een speels boek waarin het kind Alice in een afgrond valt en terecht komt in een volstrekt andere wereld  waar zij na het beleven van allerhande avonturen, tot koningin gekroond wordt. In zijn vertelling lijkt Lewis Carroll zich bewust van de diepere symboliek van het koningschap.

‘Wij verkijken ons op de pracht en praal van het koningschap’ schrijft hoogleraar rechtsfilosofie Dorine Pessers. Maar al bij haar inhuldiging liet koningin Beatrix er volgens haar geen misverstand over bestaan. ‘Dit is een functie waar geen mens om vragen zou. Waarvan wel zichtbaar is de uiterlijke glans maar veelal niet de last en zelfbeperking zonder onderbreken’ aldus koningin Beatrix.
‘Het koningschap wordt gekenmerkt door een eeuwenoude symboliek’ aldus Pessers. ‘Een pregnant voorbeeld is de uit de Middeleeuwen stammende idee dat de koning twee lichamen heeft: een lichaam van vlees en bloed en een symbolisch lichaam. Op het moment dat de koning de eed aflegt wordt zijn biologisch lichaam een symbolisch lichaam. Een volmaakt onzichtbare transformatie maar met verstrekkende gevolgen. Want vanaf dat moment weet de koning dat niets meer is wat het lijkt. Zo verwijzen de pracht en praal die hem omgeven niet naar hemzelf maar naar een hogere instantie. Was dat in de middeleeuwen de goddelijke wil en gerechtigheid, in de moderne seculiere rechtstaat het fictieve sociaal contract dat soevereine burgers met elkaar zouden hebben gesloten en in de Grondwet tot uitdrukking hebben gebracht. Met de pracht en praal wordt niet de persoon van de koning, maar de soevereiniteit van de Grondwet gevierd: de heilige tekst van onze democratische rechtsstaat. Op die grondwet legt de koning de eed af.

In de belangstelling van het volk en van de media, speelt de scheiding tussen biologische en symbolisch lichaam nauwelijks een rol schrijft Pessers. Niets wordt volgens haar nagelaten om de koning zijn symbolische lichaam te ontnemen. Royalisten willen dat de koning van vlees en bloed wordt, dat hij persoonlijk wordt en zijn emoties toont. Zij willen zich kunnen identificeren met de koning en zijn familie, niet beseffend dat naarmate de identificatie sterker wordt, het einde van het koningschap dichterbij komt.

De tekeningen van John Tenniel zijn in mijn werk terug te vinden. In ‘Majesteit’ heb ik de koninginnen Wilhelmina, Juliana en Beatrix drie maal afgebeeld: op het moment dat zij deze eed afleggen, als kind en als oude vrouw. Het biologische lichaam heb ik plastisch vormgegeven, het symbolische lichaam is lineair getekend. Lijkt geen materie te hebben. De kroon op de drie tekeningen is de kroon uit het schaakspel en die kroon is terug te vinden in de illustraties van Tenniel. Aan het einde van deze pagina, licht ik de portretten van Wilhelmina, Juliana en Beatrix apart toe.

 

WILHELMINA Wilhelmina is 18 jaar als zij de eed aflegt. Zij torent op het doek boven alles uit. Ik heb haar hier ook afgebeeld als kind, als het ‘koninginnetje met hangend haar’. Maar dat koninginnetje heb ik het lichaam gegeven van Alice die in Wonderland wordt meegesleurd door de ‘Red Queen’. In vliegende vaart bewegen ze zich samen voort om uiteindelijk tot de conclusie te komen dat ze zich ondanks de snelheid van hun tocht, na verloop van tijd nog op dezelfde plek bevinden. Zo heb ik niet slechts deze ‘regressieve progressie’ maar ook de snelle veranderingen in de tijd van Wilhelmina’s regering op speelse wijze trachten vorm te geven. Aan de rechterkant is Wilhelmina nogmaals te zien. Nu niet als kind maar als jonge vrouw terwijl zij onder aan het doek als oude vrouw ons toespreekt: Wij Wilhelmina, bij de gratie Gods koningin der Nederlanden enz. enz,

JULIANA is eveneens neergezet op het moment dat zij de eed aflegt en boven iedereen uittorent. Maar centraal staat ook hier een jeugdportret en het trof mij door de trieste blik in de ogen van het kind Juliana. Ik vind haar mede door haar huwelijk met Bernard, een tragische vrouw die in dit leven terecht kwam op een plek die haar als persoon niet werkelijk paste. Ik heb haar pal naast haar jeugdportret, ook als oude vrouw neer gezet, met warrig haar en een grote bril. Haar motoriek deed mij denken aan de wat onhandige ‘White Queen’ uit Alice in Wonderland. Alice schikt op de tekening van John Tenniel de kleren van de wat verwarde oude koningin en links van het kind Juliana, is deze witte koningin uit Alice in Wonderland net nog zichtbaar. Door de tralies van het hek. Het hek symboliseert de beperkingen die Juliana zich zelf als koningin heeft moeten opleggen.

BEATRIX is tot slot, de laatste van deze drie vrouwen die de eed aflegt. Ook zij torent boven alles uit. Rechts onder haar eed aflegging heb ik een silhouet gemaakt van Beatrix als oudere vrouw. Beatrix heeft van zichzelf een merk weten te maken. Een icoon met een eigenzinnig kapsel. Ze draagt hier een enorme hoed en spreekt met haar alter ego. Rechts. Haar grote hoeden herinneren aan de kronen van de koninginnen uit Alice in Wonderland. Ook Beatrix is daarnaast als kind afgebeeld terwijl ze haar hoofd draait naar de hevige trommelende trommelaars uit Alice in Wonderland. Ze doen denken aan de vele fanfares die zij heeft moeten aanhoren. Zij kijkt met een zekere afstandelijkheid naar de omhoog gestoken handen van haar onderdanen. Handen die naar haar wuiven en haar trachten aan te raken en haar zo haar symbolische lichaam lijken te ontnemen.