Divina Commedia 2014-2016

“Op het midden van mijn levensweg hervond ik mij in een donker woud”, schrijft Dante aan het begin van zijn Divina Commedia.  Vanuit het duister ziet hij een door de zon beschenen berg die hij wil beklimmen maar zijn weg daarheen wordt versperd door drie wilde dieren en hij moet een omweg maken door het Dodenrijk wil hij het Licht bereiken. De dichter Vergilius komt hem te hulp en zal zijn gids zijn. Ze gaan door de  Afgrond van de Hel of Inferno). Op de Poort van de Hel staat geschreven:

Door mij gaat ge in de droeve stad der smarten.
Door mij gaat ge in het lijden zonder einde.
Door mij gaat ge in de wereld der verdoemden…
Laat varen alle hoop, gij die hier binnentreedt.
Inferno III 1-9

Deze poort maakt duidelijk dat de tocht door de Hel verschrikkelijk is. Naast mythologische figuren ontmoet Dante in de Hel ook filosofen, dichters maar ook politici met wie hij nog een appeltje te schillen heeft.  Door het diepste punt van de Hel voert de tocht en dan lijkt de wereld zich binnenste buiten te keren en staan ze aan een wijdse zee waaruit een Berg oprijst.  De Louteringsberg of Purgatorio. In het woord  Purgatorio herkennen we het woord pur’ of ‘pyr’ dat vuur betekent. De Louteringsberg staat voor het Vagevuur waar Dante eveneens met gestorven hoogwaardigheids-bekleders spreekt. Zij worden gelouterd alvorens toegang te verkrijgen tot de hemel (Paradiso). Dante en Vergilius beklimmen de Louteringsberg. Vergilius gat mee tot aan de poorten van de Hemel, waar Dante zijn volgende gids, Beatrice, ontmoet. Beatrice is een meisje dat Dante tijdens zijn jeugd twee keer had ontmoet en dat hij nooit meer had vergeten. Beatrice begeleidt Dante door hemelkringen. Hierbuiten bevindt zich het Empyreum  waarin we opnieuw het Griekse woord ‘pyr’ of ‘pur’, terugzien. Dantes leidsman in het Empyreum is  de mysticus Bernardus van Clairvaux. In dit Empyreum bevinden zich de zielen van de deugdzamen.  Deze zaligen zitten in een soort amfitheater in de vorm van een roos. Dante ziet Maria, Jezus en uiteindelijk God zelf. Dit zijn, in prozavertaling, de laatste woorden van uit de Divina Commedia:

“Maar intussen werd mijn drang naar inzicht en mijn vurige wil, als een rad dat met gelijkmatige snelheid wordt rondgedraaid, reeds voortgestuwd door de Liefde, die de drijfkracht is van de zon en de andere sterren.” Paradiso XXXIII, 142-145

DE TITELS VAN DE SCHILDERIJEN

 

Mi ritrovai per una selva oscura…

Hervond ik mij in een donker woud…

Inferno I:2

 

I’ son Beatrice che ti faccio andare…

Ik ben Beatrice, die u op weg deed gaan…

Inferno II: 70

 

Venimmo poi in sul lito diserta…

Zo bereikten we de verlaten kustlijn…

Purgatorio 1 : 30

 

Quasi un mover d’ala, e ventarmi nel viso…

Iets als een vleugelslag, en een waaien in het gezicht…

Purgatorio XVII 67-68

 

In de ochtendschemering, nog tussen de bloemen

Purgatorio X: 52-54

 

Si perdea la sentenza di Sibilla…

Zo ging de uitspraak van de Sibylle verloren…

Paradiso XXXIII: 64

 

Vidi lume in forma di  rivera…

Ik zag een licht, op een rivier gelijkend…

Paradiso XXX: 58

 

…zoudt gij de knoop die mijn verstand verstrikt, willen ontwarren….

Purgatorio X: 95,96