Boek

Eros, Vuurdood en Goddelijke Waanzin

Over Klee, Dante en Plato’s Ongeschreven Leer

Wát is dit Onzichtbare dat dat ik met mijn werk zichtbaar wil maken? Volgens Paul Klee is het een Dimensie waar velen zich het bestaan niet van bewust zijn maar die in uitzonderlijke bewustzijnsmodi kan worden waargenomen door een kleine kunstenaars, waanzinnigen en wellicht ook kinderen. ‘Genesis’ noemt Klee dat Onzichtbare Domein ook. ‘Genesis’ dat zich openbaart als de ‘Poorten van de diepte’ opengaan. De grond lijkt op dat moment onder de voeten van Klee te verdwijnen. Zijn lichaam vliegt in brand. Onzichtbare handen trekken hem aan zijn vlammende vel naar beneden, wilde dieren lijken hem te verscheuren. Bevend van angst belandt hij uiteindelijk in het ‘Paradijs der Dichtkunst’. De verborgen Kosmos aan gene zijde van het Zijn. De gang naar dat verborgen Paradijs, voert door een ‘Zwischenwelt’. Een Domein tussen ‘Diesseits’ en ‘Jenseits’. Dáár en hier. Klee duidt het aan als een ‘Land van doden en ongeborenen.’

Met die Zwischenwelt, met dat Paradijs der Dichtkunst, met Genesis en dit land van doden en ongeboren houd ook ik mij bezig. Ik ben in de jaren 1965-1970 aan de Koninklijke Academie in Den Haag opgeleid als beeldend kunstenaar. In 1987 ben ik vervolgens aan de Universiteit Leiden in deeltijd kunstgeschiedenis gaan studeren en in 1990 ben ik afgestudeerd op een doctoraalscriptie met de titel: ‘Regressieve Progressie, over de psychische dynamiek van creatieve processen. Toegelicht met werk en denken van Paul Klee’.
Toen ik bovenstaande woorden van Klee over afgronden, vuur, doden en ongeborenen 1989 las bij het schrijven van mijn doctoraalscriptie…ja wat dacht ik? Ik dacht waarschijnlijk toch als ieder ander dat het hier om verbeelding ging. Om iets dat Klee had gedacht of gedroomd of zich had voorgesteld.
In 1997 echter, werd mij hardhandig duidelijk gemaakt hoe zeer ik mij vergist had bij het schrijven van die scriptie ‘Regressieve Progressie’. Hoe weinig ik had begrepen van de woorden van Paul Klee. Op 2 maart van dat jaar werd ik zelf volstrekt onverwacht, door Vuur overvallen. De Poort van de diepte, een donkere Afgrond opende zich nu ook onder mijn voeten en ik moest ik drie dagen lang ‘aan den lijve’ ervaren dat het hier helemaal niet om fantasie ging. Om iets dat Klee bedacht had. Maar om een ingrijpende mystieke ervaring die de mens opnieuw verbindt met de Oorsprong van alles. Klee heeft gelijk, Genesis is nog altijd aanwezig onder de zichtbare oppervlakte der dingen.
Mystiek bleek dus helemaal geen kwestie te zijn van ‘denken’. Het héle lichaam ‘schouwt’ die Oorsprong als de tijd terugdraait en de Poorten van de Diepte opengaan terwijl het Vuur in je lichaam oplaait. Deze Vuurdood gaat ons voorstellingsvermogen te bóven. Het zinderende lichaam zélf lijkt in die uitzonderlijke bewustzijnsstaten een ontvanger te worden van informatie die tot op dat moment onzichtbaar is, onkenbaar ook voor ons normale bewustzijn. Zoals je zonder telescoop niet terug kunt kijken in de tijd en zonder televisie geen beelden kunt ontvangen die elders worden uitgezonden zo kunnen we hier normaalgesproken niets van waarnemen. Mensen die dit nooit hebben meegemaakt kunnen zich daarom nauwelijks voorstellen hóé ingrijpend deze confrontatie met het Heilige moet zijn geweest voor Klee. Ook ik dacht aanvankelijk waanzinnig te worden. Net als Klee. Ook ik vreesde werkelijk te sterven toen ik uiteindelijk in die Afgrond viel die zich nu geopend had. Toen mijn eigen lichaam gemarteld werd door onzichtbare handen. Verscheurd werd. Gekookt.

Ik heb deze drie dagen durende Vuurdood mede overleefd dankzij mijn kennis Klee, van Dante en ook van Plato. Zij allen hebben een Vuurdood doorstaan. Zij allen balanceerden op de rand van de waanzin en de dood. De Griekse filosoof Plato spreekt in dit kader niet voor niets over ‘Goddelijke Waanzin’ en ‘Oefenen in sterven’. Het is in zijn ogen de hóógste vorm van kennen. Plato’s dialogen zijn – naar ik nu besef – bedoeld om mensen op deze Vuurdood voor te bereiden opdat men overleeft. ‘Orthos mainesthai’ noemt Plato het. Op de juiste wijze waanzinnig leren zijn.
Zo’n leerschool is hard nodig want zelfs al weet je wat er gebeurt, zoals ik, je kun het hier beschreven proces op geen enkele wijze stoppen. Je moet meebewegen door die verborgen Zwischenwelt naar Genesis toen en als het goed is, weer in het Hier en nu terugkomen. Je moet dus als de Platoonse Wagenmenner met de goden meerijden die in hoog tempo langs de Afgrond scheren en over de Hemelboog rijden met hun tweespan. Je moet ondanks de turbulentie in het Heilige, op deze gevaarlijke Weg zien te blijven en je weerspannige paarden in toom weten te houden. Overleven is uiteindelijk een kwestie van moed én zelfsturing. Weten wát te doen in welke fase van deze Vuurdood.

Ik wist dus wat er met mij gebeurde maar hoe wist ik wat ik moest doen? Die kennis was mij als uit het niets, toegevallen. Een dodensprong in 1987 stond aan de basis van mijn doctoraalscriptie Regressieve Progressie. In die scriptie over creatieve processen en Paul Klee beweer ik dat het overeind kunnen houden van je ‘proprioceptie’ in deze mystieke ervaringen de grens trekt tussen werkelijk waanzinnig worden of de beschikking krijgen over wijsheid en kennis van het Onzichtbare.’Proprioceptie’ of ‘psychofysische zelfwaarneming’ wordt ook wel kinesthesie genoemd. Het is het vermogen om de positie en bewegingen van het eigen lichaam waar te nemen én om te voelen dat dat jouw lichaam inderdaad jouw éígen lichaam is. Wie tekent, oefent zijn proprioceptieve vermogens. Ik laat in Regressieve zien hoe Klee als beeldend kunstenaar dat doet door met zijn ogen dicht te tekenen, door met zijn linkerhand te tekenen en zo voort. Waar te nemen dus met een ‘oog dat ziet en een oog dat voelt’ zoals hij zelf zegt. Juist daardoor, beweer ik in Regressieve Progressie, juist daardoor werd Klee níét waanzinnig van zijn mystieke ervaringen terwijl anderen er aan onder door gaan. Want bij schizofrene is deze proprioceptie door wat voor oorzaak ook, ernstig aangetast of zelfs verdwenen waardoor ze zonder problemen hun hoofd aan hun been tekenen, hun handen aan hun buik. Ook dat laat ik in die scriptie zien. Ik vergelijk het werk van Klee in Regressieve Progressie, zowel met dat van waanzinnigen áls van kinderen.

Ik wilde 1990 op Regressieve Progressie promoveren, maar wist niet hoe ik mijn hypothese kon toetsen. In mijn Vuurdood van 2-5 maart 1997 realiseerde ik mij, dat dit ondanks de verschrikkingen een uitgelezen kans was om mijn hypothese te toetsen en wellicht alsnog, te promoveren. Ik merkte al snel dat je proprioceptie inderdaad wegvalt en uiteindelijk volledig verdwijnt zodra het Vuur oplaait. Waardoor je op een gegeven moment ‘uittreedt’ en je lichaam ‘verlaat’. Omdat ik wist wat er gebeurde, omdat ik mijn hypothese wilde toetsen trachtte ik als wetenschapper – ondanks de verbijstering – zo goed mogelijk waar te nemen wát er met mij gebeurde. Hóé ik werd gemarteld. Wanneer ik uittrad. Wanneer mijn bewustzijn meerdimensionale werd. Wanneer en hoe ik verlicht werd. Wat er op dat moment met mijn lichaam gebeurde en hoe ik het mij uiteindelijk, onder een vreemd luid gezoem lukte om weer in mijn lichaam terug te keren. ‘Muzen’ noemen de Grieken dat gezoem en wat ik hier beschrijf kennen we vanouds als ‘Inspiratie door de Muzen’. De mens die in staat is het Vuur der goden te doorstaan en zelfs te stelen, kennen we als Prometheus. De cultuurbrenger bij uitstek.

Al tijdens die drie dagen nam ik mij voor om ‘Regressieve Progressie’ uit 1990 niet alleen te gaan herschrijven maar ook uit te breiden. Ik heb mij in de jaren 1997-2009 uitputtend verdiept in geïnspireerde filosofen als Plato, Plotinus, Eckehart, Pascal, Bataille, Nietzsche om enkelen te noemen. Maar ook in het werk van geïnspireerde kunstenaars als Klee, Arp, Jawlensky, Kandinsky, Beuys, Mori en vooral dichters als Van Ostaijen, Rilke, Eliot, Pound, Lawrence, Celan, Lucebert en anderen. Daarnaast heb ik me gebogen over teksten van wetenschappers: psychiaters, neurofysiologen, kunsthistorici. Ik heb dus in die jaren heel veel gelezen en ook heel veel geschreven maar heb het werk vanaf 2009 tot 2016 laten liggen omdat het mij niet lukte de juiste vorm te vinden om de verschillende vakgebieden en ook de verschillende tijdsdimensies in een coherent geheel met elkaar te verbinden. Het gaat hier tenslotte om wat Klee aanduidt als ‘meerdimensionele gelijktijdigheid’. Inmiddels weet ik wel hoe ik dit werk moet aanpakken. Ik ben in 2017 opnieuw gaan schrijven en bouw het werk nu op als een ‘geheugentheater’. Bij de header ‘boek’ zal ik een overzicht geven van de inhoud van mijn nieuwe, driedelige werk. De titel wordt:

EROS, VUURDOOD EN GODDELIJKE WAANZIN
Over Inspiratie, Expiratie, Kunst en de Ongeschreven Leer.

Met Eros, Vuurdood en Goddelijke Waanzin wil ik laten zien wát er met iemand gebeurd die door Vuur wordt overvallen en als Prometheus het Vuur der goden naar het hier en nu kan brengen. Ik zal dat o.a. doen met teksten van geïnspireerde kunstenaars. Met hun hulp, hun woorden én beelden wil ik een tweede hypothese toetsen.
Ik wil met dit werk bewijzen dat Plato deze geïnspireerde kunstenaars niet minacht en afwijst als hij hen in boek X van de Politie uit zijn Staat stuurt. Maar integendeel juist hoogacht en juist op die plek, tot Koningfilosoof kroont. Om dat te bewijzen zal ik niet alleen de geïnspireerde kunstenaars zélf het woord geven, maar ook meer vertellen over zieners, over mythen en koningschap in Egypte en Griekenland. Ik maak dus de nodige omwegen. Maar ik zal uiteindelijk mét behulp van het Egyptische beeldschrift en Egyptische teksten, de Platoonse wijsbegeerte samenvatten in een korte, elegante wiskundige formule. Die formule houd ik in dit stadium nog even voor mij, maar deze zal op de uiteindelijke titel van Eros, Vuurdood en Goddelijke Waanzin zijn terug te vinden.

VUURDOOD ALS UNIVERSELE ERVARING
Studie van de omvangrijke secondaire literatuur rond Dante en Plato leerde me, dat heel weinig mensen zich realiseren wat een Vuurdood precies behelst. Hoe lichamelijk het onzichtbare Vuur is dat in het eigen lichaam oplaait, hoe verschrikkelijk de marteling is die jou ten deel valt, hoe ontzagwekkend de Kosmos aan gene zijde van het Zijn, hoe bijzonder het Licht dat je op een gegeven moment aanschouwt en hoe euforisch je bent als je de Muzen hoort zingen en het ene idee na het andere jou toevalt.
Wie zich dat wel realiseren, zijn de geïnspireerde kunstenaars zelf. Vandaar dat ik besloten heb in dit wetenschappelijke onderzoek juist die kunstenaar-filosofen het woord te geven. Ik wil deze Vuurdood zodanig op de kaart zetten, dat men beseft welk een impact deze Vuurdood op onze beschaving heeft gehad. Want de mystieke ervaring die ik hier beschrijf, is niet voorbehouden aan zieners, sjamanen, mystici maar is een universeel voorkomende ervaring. Om het in Griekse termen te zeggen: het is de ervaring van de promethische mens die in staat is het Vuur der goden mee terug te nemen naar het hier en nu, teneinde de mensheid beschaving te brengen.